Mijn blik op het examen maatschappijleer II GT

Nadat ik woensdag mijn kader klas heb nagekeken, was het vandaag de beurt aan GT. Ik heb 19 leerlingen en ben niet heel tevreden over de resultaten tot nu toe. Ik hoop dat de N-term gunstig uit gaat vallen. Dit is mijn blik op het examen, voel je vrij om erop te reageren, zo kunnen we van elkaar leren.
Eindexamen 2017 GT

#1. Vraag 4: Wat voor gevoelens mogen?

CSE 2017 GT Vraag 4

Aan het begin van het examen zetten ze de leerlingen direct aan het denken. Immaterieel koppelen leerlingen gemakkelijk aan “voelen”, deze was al gegeven en mocht niet genoemd worden. Zaken als trauma’s, angsten vallen wat mij betreft dus af. Maar het blijft discutabel omdat ook het beoordelingsmodel spreekt over boos en verontwaardiging en beperking van bewegingsvrijheid. Komt dat ook niet doordat je je onveilig voelt?

#2. Vraag 6: Goed lezen!

CSE 2017 GT Vraag 6De eerste goed lezen vraag. Mij viel het woord geapplaudisseerd op en dacht gelijk aan vonnis. Pas nadat ik de laatste zin nog eens goed had gelezen dacht ik, oh wacht, het is natuurlijk het requisitoir.

#3. Vraag 7: Fout!

CSE 2017 GT Vraag 7

Een randje in de syllabus, maar goed, dat mag. Moet je wel kijken wat er dan in de syllabus staat. Namelijk dat er niet gesproken wordt over een gevangenis, maar over een tuchtschool en daarnaast kan er ook sprake zijn van een 1 jaar voor jeugdigen tot 16 jaar.

zo kunnen jeugdigen in geval van een misdrijf geen gevangenisstraf krijgen, maar wel in een tuchtschool worden geplaatst. (Kinderen tot zestien jaar kunnen maximaal een jaar krijgen en jongeren vanaf zestien maximaal twee jaar.)

Lees meer over Eindexamens:

CSE 2017 KB op de foto!

Mijn blik op het examen maatschappijleer II kader

Eindexamens 2017

Exameninformatie vmbo 2017

Eindexamens maatschappijleer 2

Examentips voor maatschappijleer 2

Wat mij betreft twee duidelijke fouten in het correctiemodel. Overigens gaan veel leerlingen mee in de celstraf, tot maximaal 1 jaar en 2 jaar, dus zowel de celstraffen als de tuchtschool heb ik goedgekeurd.

#4. Vraag 9: Selectieve opsporing

CSE 2017 GT Vraag 9

Het antwoord ‘B’:  “Selectieve opsporing beïnvloedt de cijfers”, vat ik “selectieve opsporing” als een begrip, de syllabus spreekt niet over “selectieve opsporing” enkel in een bijzin over “selectieve optreden”. Veel leerlingen gaan bij mij voor vraag D, vermoedelijk redeneren ze te ver door.

#5. Vraag 10: Vrijwel iedereen heeft ‘m fout!

CSE 2017 Vraag 10

Terwijl ik deze niet direct als moeilijk bestempel halen maar weinig leerlingen de volledige punten. Zouden de zinnen te moeilijk geformuleerd zijn of vraagt dit een bepaald oorzaak-gevolg-denken die mijn leerlingen ontbreekt?

#6. Vraag 22: De huisarts

CSE 2017 Vraag 22

Euh, wat is dit nou voor iets? “Een huisarts is een voorbeeld van een ambtenaar.” Ten eerste mis ik in de syllabus een lijst met welke beroepen onder de functie van ambtenaar vallen en ten tweede moest ik er zelf even goed over nadenken.

#7. Vraag 23: Niveaus of bestuurslagen?

CSE 2017 Vraag 23

Misschien een beetje flauw, maar spreken we niet over bestuurslagen in plaats van niveaus?

#8. Vraag 27: Vrijheid én gelijkwaardigheid?

Ik vond het zelf jammer dat er naast vrijheden ook over gelijkwaardigheid gesproken wordt. Omdat gelijkwaardigheid een kernbegrip is bij de sociaal democratie is het wat verwarrend.

#9. Vraag 33: Kernvisie?

CSE 2017 Vraag 33

Zijn we bij het examen van natuurscheikunde beland? “Kernvisie”. Het zegt mijn leerlingen niets hoor.

#10. Vraag 34: Maatschappelijke groeperingen

CSE GT Vraag 34

Mijn leerlingen kozen massaal voor 1 en 3… hoezo?

#11. Vraag 36: Een waarde

CSE GT Vraag 36

Een waarde is één woord collega’s. Just saying. En “geld” is geen waarde.

#12. Vraag 39: Ja, minister Asscher was lid van een oppositiepartij

CSE 2017 Vraag 39

“Ja, Asscher was lid van een oppositiepartij, want uit tekst 2 blijkt dat hij minister is.” NEEE! Hoe vaak hebben we het hier wel niet over gehad in de klas.

#13. Vraag 40: Discussie!

CSE 2017 GT Vraag 40

Het beoordelingsmodel laat hier wel wat ruimte open voor discussie. Je kunt namelijk voor de argumentatie los ook een punt toekennen. Dus welke kenmerken sta je toe, wat doe je wanneer de argumentatie wel overeenkomt met het beoordelingsmodel?

#14. Vraag 44: Waarop het antwoord in tekst 6 staat.

CSE 2017 GT Vraag 44

“Waarop het antwoord in tekst 6 staat”: Kortom daar gaan alle enigszins in de buurt komende goede antwoorden.

#15. Vraag 45: Als werkgever

CSE 2017 GT Vraag 45

Stom dat in het beoordelingsmodel “als werkgever” wel vetgedrukt staat en in het examen niet. Heel veel leerlingen vergeten dus het belang als werkgever te benoemen.

De conclusie?

Mweh. Niet heel enthousiast. Vorig jaar vond ik hem wel moeilijker, dit jaar had ik liever wat meer de kern van de hoofdstukken criminaliteit en politiek, dan dat nu de randen ervan worden opgezocht (Jeugdstrafrecht, ambtenaren, jurisprudentie, soorten misdrijven, nationale ombudsman). De analyse was goed te maken, alleen het onderwerp past niet echt bij de doelgroep (al reageerde mijn leerlingen er zelf wel positief over). In het algemeen was er dus weer genoeg te zeuren en het examen blijft een toets begrijpend lezen. Overigens dit keer vlot na te kijken, dat dan weer wel.

Help elkaar! Voel je vrij om jouw inzichten te delen in de reacties:

Over Stef van der Linden

Stef van der Linden Stef is nu ruim 7 jaar werkzaam als leraar maatschappijleer in Oisterwijk. Hij heeft met name examenklassen en is mentor van vmbo kader 3e klas. Daarnaast werkt hij als freelancer aan diverse projecten op het gebied van online marketing. Op maatschappijleer.net combineert hij zijn passie voor onderwijs en internet!

https://www.linkedin.com/in/stefvanderlinden